Nieuw Box 3-stelsel pas in 2026

< Ga terug
09-09-2022
Het kabinet stelt een nieuw Box 3-stelsel uit tot 2026. Waarom? En wat komt er voor de tussenliggende jaren?

Het kabinet wil belasting gaan heffen over het werkelijke rendement in Box 3. In het coalitieakkoord is afgesproken om dit stelsel in 2025 in te voeren. Het kabinet heeft inmiddels besloten om dit uit te stellen tot 2026. De overbruggingswetgeving volgens de zogenaamde spaarvariant blijft daarom een jaar langer bestaan. Spaarders zullen tijdens de overbruggingsfase vrijwel geen belasting in Box 3 betalen als het rendement op spaargeld op het huidige lage niveau blijft.

Waarom uitstel?
De uitspraak over Box 3 van de Hoge Raad eind december vorig jaar heeft druk gelegd op het tijdpad. Daarom is besloten om opnieuw een onderzoek te laten doen naar de haalbaarheid. Eind 2021 werd aangenomen dat het tijdpad haalbaar was onder drie randvoorwaarden, waaronder het uitblijven van aanvullende beleidsinitiatieven. Onder andere als gevolg van de uitspraak van de Hoge Raad en de daarmee samenhangende nieuwe wetgeving, zowel voor het rechtsherstel als de overbruggingswetgeving, wordt niet meer aan deze randvoorwaarden voldaan.

In het nieuwe onderzoek is rekening gehouden met de actuele stand van alle zaken die van invloed zijn op het tijdpad, zoals het wetgevend traject, de modernisering van het ICT-landschap van de Belastingdienst en de samenwerking met de ketenpartners, zoals banken en verzekeraars. Uit het onderzoek volgt dat een succesvolle implementatie in 2025 niet realistisch is.

Nieuw Box 3-stelsel
Uitgangspunt wordt dat het vermogen inkomsten oplevert, bijvoorbeeld rente op spaargeld, of rendement op beleggingen. Er wordt nu nog gerekend met een vast percentage waar u belasting over betaalt. Het kabinet wil dat aanpassen, waardoor u alleen belasting betaalt over uw echte inkomsten uit vermogen. 

Overbruggingswetgeving
Voor de tussenliggende jaren komt het kabinet met overbruggingswetgeving. In die tijdelijke wetgeving wordt uitgegaan van de werkelijke verdeling van spaargeld en beleggingen en van het werkelijke rendement daarop, in plaats van een fictieve verdeling. Hierdoor wordt al zo goed mogelijk aangesloten bij het werkelijk behaalde rendement. Spaarders betalen – net zoals bij het stelsel op basis van werkelijk rendement – bij de huidige lage rentestanden daardoor vrijwel geen belasting in Box 3.

Let op: De overbruggingswetgeving wordt met Prinsjesdag naar de Tweede Kamer gestuurd. Op Prinsjesdag maakt het kabinet ook de besluitvorming over niet-bezwaarmakers in Box 3 bekend.